|
|
Een
artikel over een onderzoek betreffende de infrarood cabine in samenhang
met reuma.
Mensen met reumatische aandoeningen
kunnen baat hebben bij de infrarood cabine.Dat is de voorlopige conclusie
van dr. F. O. na zijn eerste onderzoek. Vervolgonderzoek moet meer duidelijkheid
verschaffen. Als wetenschapper houdt hij in de tussentijd een aantal
slagen om de arm en ziet vooralsnog geen reden voor de patienten om
massaal 'aan de infrarood sauna te gaan'.
Dr. F. O. doet onderzoek naar warmte- en koudebehandelingen. Hij is
verbonden aan de Hogeschool Enschede. Het onderzoek wordt uitgevoerd
in samenwerking met Prof. Dr. J.J. R. en Dr. M.A.F.J. van de Laar van
de maatschap reumatologie van het Medisch Spectrum Twente en de Universiteit
Twente in Enschede. Enige tijd terug kregen R. en O. van een bedrijf
uit Alphen het verzoek om een onderzoek uit te voeren met hun infrarood
cabine , sauna's. Ze stelden hiervoor een infraroodcabine , ter beschikking.
Hierover heeft O. twee zaken op te merken: ten eerste zal de financiële
link het onderzoek, de resultaten en de interpretatie daarvan niet beïnvloeden.
Ten tweede gelden de resultaten als zodanig alleen voor de infrarood
cabine waarmee het onderzoek is uitgevoerd. Over het gebruik van andere
soorten infrarood cabines zegt het onderzoek wellicht wel wat, maar
exacte uitspraken zijn daarover niet te doen. 'Die "infrarood sauna's"
en stralers zijn immers niet onderzocht', licht O. toe.
De titel van zijn onderzoek is: ' effecten van totale warmtetherapie
door infrarood bij patienten met reumatische aandoeningen.' De resultaten
van een tussentijdse analyse van het onderzoek in de zomer van 1999,
zijn inmiddels bekend. Aangezien de resultaten heel sterk in dezelfde
richting wijzen, wil O. er alvast over vertellen.
Vooronderzoek
'We hebben eerst een onderzoekje gedaan met gezonde proefpersonen',
vertelt O.. 'In de wetenschappelijke literatuur is namelijk vrijwel
niets geschreven over de effecten van infrarood stralen op de fysiologie
van het menselijk lichaam.' Uit dit onderzoek komt onder andere goed
naar voren wat de invloed van de ingestelde cabinetemperatuur is op
de hartfrequentie (uitgedrukt in aantal slagen per minuut; bij een sessie
van 30 minuten). Bij een temperatuur van 40 graden Celsius neemt de
hartfrequentie enigszins toe, maar niet veel. Hieruit leidt O. af dat
de prikkel die deze temperatuur het lichaam geeft, wellicht te laag
is om andere fysiologische effecten te kunnen bewerkstelligen.
Bij 70 graden Celsius blijft de hartfrequentie gedurende de hele sessie
toenemen. Hieruit, en uit metingen waarin de proefpersonen aangeven
hoe zich voelen tijdens en na de sessie, blijkt dat deze belasting aardig
groot is en daarmee de kans dat mensen de 30 minuten niet zullen volhouden.
Bij 55 graden Celsius neemt de hartfrequentie de eerste 20 minuten toe,
gelijk aan de hartfrequentie bij 70 graden Celsius, maar blijft de laatste
10 minuten gelijk. Hieruit, en uit de metingen van het welbevinden,
concludeert O. dat het lichaam een goede prikkel te verwerken krijgt
en zich bovendien aan de warmte kan aanpassen zodat de 30 minuten goed
zijn vol te houden.
Op basis van deze bevindingen is gekozen om het uiteindelijke onderzoek
bij patienten te laten plaatsvinden bij een temperatuur 55 graden C.
in de infrarood cabine.
Reumatische aandoeningen
patienten met reumatische aandoeningen melden positieve effecten van
het gebruik van de infrarood cabine. Doel van het onderzoek is om na
te gaan of deze positieve effecten stoelen op de subjectieve beleving
van de mensen (wat op zich natuurlijk ook een positief resultaat kan
zijn) of dat er ook objectief verbeteringen zijn aan te tonen.
Het onderzoek betreft twee patientengroepen; patienten met reumatoïde
artritis (RA; chronische gewrichtsontsteking) en spondilitis ankylopoëtica
(SA; ziekte van Bechterew). De tussentijdse analyse betreft een groep
van 12 (9 vrouwen en 3 mannen) RA-patienten en een groep van 14 (4 vrouwen
en 10 mannen) patienten met SA. De groepen zijn niet zo groot, gemengd
en de leeftijd binnen de groepen loopt uiteen (18 - 70 jaar). De groepsomvang
is een klein probleem gebleken, omdat de gevonden resultaten in veel
gevallen nog niet dermate significant zijn dat er conclusies voor de
hele groep RA en SA patienten kunnen worden getrokken. Vandaar dat het
onderzoek nog bezig is. Het feit dat de groepen zowel uit mannen als
vrouwen bestaan en dat er grote leeftijdsverschillen zijn tussen de
deelnemers, heeft volgens O. geen invloed op de resultaten.
Duur van het onderzoek
Het onderzoekaangaande de infrarood sauna duurt in totaal 12 weken.
In die tijd zijn de patienten vier keer onderzocht: aan het begin, na
vier weken zonder infrarood behandelingen, na vier weken met behandelingen
en weer na vier weken zonder behandelingen in de infrarood cabine, het
einde van het onderzoek.
In vier weken maken de patienten acht keer gebruik van de infrarood
cabine. De totale behandeling bestaat zo uit twee keer per week een
half uur bij een cabinetemperatuur van 55 graden Celsius.
Verschillende onderzoeksmethoden zijn gebruikt. Er is op alle vier momenten
gekeken naar de mate van pijn, stijfheid en vermoeidheid; de mate waarin
de sessies invloed hadden op het functioneren in het dagelijks leven;
de bewegingsuitslagen in de gewrichten en de mate waarin de ziekte actief
was (zich uitend in bijvoorbeeld het aantal pijnlijke en/of gezwollen
gewrichten of ochtendstijfheid). Vlak voor en vlak na de eerste sessie
van 30 minuten in de infrarood sauna is ook de mate van pijn, stijfheid
en vermoeidheid onderzocht, en is naar het welbevinden tijdens en na
de behandeling gevraagd.
Resultaten betreffende het onderzoek van de infrarood sauna.
Bij de SA patienten worden pijn, stijfheid en vermoeidheid beter over
de periode van vier weken met behandeling. Bij de RA patienten is er
ook een verbetering. O. merkt hierbij op dat het verdere vervolg van
de studie hier meer wetenschappelijke duidelijkheid over zou kunnen
geven. Bovendien vindt hij op dit moment de resultaten bij de patienten
wel belangrijk. 'Want voor ieder individu is het van grote waarde als
hij minder pijn en stijfheid kent. Ook al is dat verschil wetenschappelijk
niet significant, dan kan de functionele winst nog wel groot zijn.'
Op de beweeglijkheid van de gewrichten hebben de behandelingen geen
effect. Op de activiteiten uit het dagelijks leven weer wel.
Het onderzoek naar de mate waarin de ziekte actief is, is uitgevoerd
om te kijken of de ziekte wellicht verergert door de warmtebehandelingen.
Dat blijkt niet het geval te zijn. De gevonden effecten zijn overigens
na vier weken weer zo goed als verdwenen.
Met betrekking tot het welbevinden blijken de meeste patienten zich
na 15 minuten in de infrarood cabine nog wel comfortabel voelen. Na
30 minuten wordt het toch wat moeilijker. Dit kan aan de temperatuur
gelegen hebben, maar het is ook goed mogelijk dat men het moeilijk vindt
om 30 minuten op de houten sauna bankjes te zitten.
De mate van pijn, stijfheid en vermoeidheid lijkt al na de eerste sessie
verbeterd te zijn.
Onderzoek naar de "infrarood sauna" Conclusie.
O. concludeert uit de voorlopige resultaten dat het er op lijkt dat
de infrarood cabine (met de in het onderzoek gebruikte stralers) een
positief effect heeft op pijn, stijfheid en vermoeidheid en de functionele
mogelijkheden bij RA en SA, zonder dat de ziekte meer actief wordt.
Het effect treedt snel op en is van korte duur. Na het stoppen met de
behandeling verdwijnen de effecten weer snel.
Hij merkt hierbij nogmaals op dat het om de eerste resultaten gaat en
dat na voltooiing van onderzoek meer duidelijkheid zal komen.
De wetenschap houdt altijd slagen om de arm. Zo ook in dit geval. Het
hele onderzoek is met twee groepen patienten uitgevoerd. Idealiter had
er voor elke groep ook een zogenaamde controlegroep moeten zijn. Een
controlegroep bestaat uit evenveel mensen als de onderzoeksgroep, met
dezelfde kenmerken, zoals dezelfde ziekte, geslacht en leeftijd. Door
ook deze mensen aan de onderzoeken te onderwerpen (maar niet aan de
infrarood behandelingen), wordt het duidelijker of de gevonden effecten
inderdaad zijn toe te schrijven aan het gebruik van de infrarood cabine,
of dat ze optreden omdat er in die twaalf weken andere omstandigheden
zijn veranderd. Als de vier weken behandeling bijvoorbeeld midden in
de zomer vallen, kan het de vraag zijn of het niet de warmte van de
zon is geweest die de effecten heeft bewerkstelligt. Met een controlegroep
moeten deze invloeden beter in te schatten zijn. F. O. geeft dan ook
aan dat hij graag een vervolgonderzoek zou willen doen. Mét een controlegroep.
De infrarood cabine bij u thuis
Wat kunt u nu met het onderzoek? Het is in ieder geval nog niet zo dat
u grote claims kunt leggen, dat u met grote zekerheid kunt zeggen dat
RA- of SA-patienten in het algemeen veel baat hebben bij de infrarood
cabine. Maar kwaad lijkt de infrarood cabine zeker niet te doen. Heeft
uw klanten met RA of SA, dan is het aan te raden dat zowel die klant
als u contact heeft en houdt met de behandelend arts en/of fysiotherapeut.
Verder is het van zeer groot belang dat uw klanten alleen gebruik maken
van de infrarood cabine als ze zich er zelf goed bij voelen. Ze moeten
luisteren naar hun lichaam en daar de cabinetemperatuur en verblijfsduur
op af stemmen. Om de positieve effecten te behouden, zou de klant de
infrarood cabine regelmatig moeten gebruiken, in ieder geval twee keer
per week.
:Vakblad voor de zonnebranche |
|
|